Het paard en de zon
Zonzoete klaver knagend
tussen gele tanden
glimlacht het paard met de voorjaarsbries
in de manen.
Zijn blanke lendenen
die de glans van metaal houden,
weerspiegelen de zon
tot de maan als een hoef
langs de hemel gaat.
Uit de bundel “Hesten og solen” - “Het paard en de zon” van Per Højholt, 1949
Als er één dichter is die mijn ervaringen vertolkt en bezingt op het kleine schiereiland Hannæs in de Limfjord, is het wel Per Højholt. Ja, de maan gaat als een hoef langs de hemel ‘s nachts, en werpt metaalglans over het stille landschap. Een hogedrukgebied heeft koude, zonnige poollucht over Nordjylland getrokken. Overdag loop ik in de wind naar het gehucht aan de fjord, terwijl ik onderweg steeds om me heen kijk naar de paarden – veel IJslanders – en de bruine koeien waarvan er een net gekalfd heeft. Het is niet meer dan vijf jaar geleden dat hier niemand wilde wonen en veel huizen er vervallen bij stonden. Met scheefgezakte bordjes: Te Koop… Het mijne was waarschijnlijk het goedkoopste huis van Nordjylland en had al twee jaar in de plaatselijke sufferdjes op de advertentiepagina gestaan, toen ik, tot onuitsprekelijke opluchting van de eigenaar, toesloeg.
Er is niet zo heel veel voor nodig om zo’n traditioneel, geelgekalkt huisje leuk te maken. Nieuwe ramen erin, een paar potten witte verf en nieuwe planken op de vloer. En dan naar buiten. En kijken, kijken, naar het paard en de zon, naar de formaties ganzen, naar de in noordoostelijke richting overhellende bomen – ze hebben het hier zwaar te verduren in de zuidwester - “den jyske blæst”. Kijken naar het lange gras dat golft in de wind. En naar de vogel die klapwiekend probeert vooruit te komen, op exact dezelfde positie boven het omgeploegde veld blijft hangen - en tenslotte maar een andere koers uitzet.
De wind fluit in de schoorsteen, giert door de dakspanten en laat het deksel van de brievenbus klepperen. Sommige mensen wennen er nooit aan, anderen kunnen de wind niet meer missen. De klamme, vieze moerasmist, opgestegen uit de Amsterdamse heipalen, de uitlaatgassen van de honderden kilometers Nederlandse files, de stress en sufheid van de overprikkelde stadsbewoner – alles wordt hier weggeblazen.
Soms is het plotseling een paar uur windstil, meestal omdat er een weersverandering op komst is. Dan loop ik langs het strand en zie hoe het gladde wateroppervlak zich over de mosselschelpen en stenen vouwt. Hoor hoe de golfslag fluisterzacht is geworden. In de verte roept iemand zijn hond. Kom hier, verdomme! In het haventje staan de masten van de zeiljachten rechtop te wachten op de kraan die ze over een paar dagen uit het water zal tillen en op een trailer zetten, allemaal op één namiddag.
Dan is het seizoen voorbij en begint het echte najaar. Ik heb nog even tijd om de tuin – nou ja, tuin, het is meer een flink stuk begroeide grond – te fatsoeneren voor de winter. Gras maaien, struiken bijknippen en de takken netjes in bundels van anderhalve meter lang bijeen binden. Ieder eerste maandag van de maand komt Storskrald, de grofvuilwagen, en neemt het hopelijk allemaal mee. Ook de tuinstoel van Blokker, waar ik deze zomer doorheen ben gezakt.
Als alles klaar is ga ik naar de buren. Søren heeft een hek gemaakt voor "binnendoor" zodat we niet over de weg hoeven wanneer we elkaar bezoeken. Langs de beuken loop ik, langs hun moestuin waar de preien vrolijk uit de grond steken, onder de grote appelboom door. yrsa heeft de meeste appels geraapt, die worden te drogen gelegd. Het tweede hekje is voor de hond Freya. Ze mag niet verder dan tot hier...
In het schemerlicht zie ik hoe voor hun ramen het licht wordt aangestoken. Er is altijd "kaffe på kanden" en op de enorme houten tafel liggen de kranten. Ik kom bijna iedere dag, om te praten, koffie te drinken en ook een beetje om ze in de gaten te houden. Hij heeft suikerziekte en zij heeft Alzheimer.
De zon is onder. Het paard staat op stal. Morgen zijn ze weer samen.
vrijdag 27 november 2009
donderdag 26 november 2009
Vesper
De avond meldt
twee gesloten handen
twee lekgesprongen ogen
verzonken in kalk
een gezicht
in de keldermond
wagonbestuurders
roepen op tot gebed
tramvesper
stoot lichtend door de voorsteden
o, deze onvermoeibare walmende pit
van vervlochten ledematen
de opdoemende straten
zenden harde stralen
in de scheppende wielen
stenen razen tegen elkaar
ontsteken het koren
de avond
vormt een hostie van as
in de mond van de dorstende
Henrik Nordbrandt - vert. Inge C. Rohleder
twee gesloten handen
twee lekgesprongen ogen
verzonken in kalk
een gezicht
in de keldermond
wagonbestuurders
roepen op tot gebed
tramvesper
stoot lichtend door de voorsteden
o, deze onvermoeibare walmende pit
van vervlochten ledematen
de opdoemende straten
zenden harde stralen
in de scheppende wielen
stenen razen tegen elkaar
ontsteken het koren
de avond
vormt een hostie van as
in de mond van de dorstende
Henrik Nordbrandt - vert. Inge C. Rohleder
vrijdag 11 september 2009
Septembernacht met deuren
Hoe gedroomde schuifdeuren
witgeschilderd met gekleurde ruitjes
het kind dat spelen moest en zingen
beknelden-
tegelijk was ik te gast, behaaglijk luisterend
naar het stamelen daar voor mij.
Toen viel het griezelboek weer open:
de foto's van de doden, bergen lijken waar een arm uit
stak een been of iets wat daar op leek. Een vrouw was
het geweest die ooit gewoond heeft tussen
schuifdeuren drie hoog
Rivierenbuurt
Terwijl zo'n duizend kilometer verder
buren in het donker fluisterden, van deur tot
deur, kom, er ligt een boot
in Gilleleje die morgenochtend uitvaart.
witgeschilderd met gekleurde ruitjes
het kind dat spelen moest en zingen
beknelden-
tegelijk was ik te gast, behaaglijk luisterend
naar het stamelen daar voor mij.
Toen viel het griezelboek weer open:
de foto's van de doden, bergen lijken waar een arm uit
stak een been of iets wat daar op leek. Een vrouw was
het geweest die ooit gewoond heeft tussen
schuifdeuren drie hoog
Rivierenbuurt
Terwijl zo'n duizend kilometer verder
buren in het donker fluisterden, van deur tot
deur, kom, er ligt een boot
in Gilleleje die morgenochtend uitvaart.
vrijdag 21 augustus 2009
Nordbrandt
Ik geloof in het toeval
dat alle toevalligheid opheft:
Dagen in reeksen van dagen
die de reeks opheffen
en de toevallige
glimlach in dromen
die van de droom
werkelijkheid maakt
en van de werkelijkheid
toeval
Henrik Nordbrandt
dat alle toevalligheid opheft:
Dagen in reeksen van dagen
die de reeks opheffen
en de toevallige
glimlach in dromen
die van de droom
werkelijkheid maakt
en van de werkelijkheid
toeval
Henrik Nordbrandt
zaterdag 25 april 2009
Heimwee
Al dagenlang staat er op de weerkaart een zonnetje boven Jylland. Moeilijk om hier te zijn, in Amsterdam, in de wetenschap dat alles groeit en bloeit rond mijn huis. Gras, onkruid, hopelijk ook de bomen die ik in het najaar geplant heb. Op 14 mei is het zover. Dan zal de bus 's avonds om kwart over elf weer zacht ronkend vertrekken van het Amstel Station, een lange ongemakkelijke nacht in. Dan drink ik om half zeven de volgende ochtend mijn koffie weer bij de McDonalds in Hamburg. Op het Zentrale Omnibus Bahnhof, temidden van slaperige rugzaktoeristen en dametjes zoals ik, met familie in het noorden van Europa.
Voor het eerst heb ik een open retour gekocht. Dat betekent: ik weet niet wanneer ik terug kom....
Voor het eerst heb ik een open retour gekocht. Dat betekent: ik weet niet wanneer ik terug kom....
vrijdag 20 maart 2009
Fra tulipanernes land, anden del
Hvert år deltog vores skole i højtidlighederne den 4e og 5e mai. Det drejede sig om Anden Verdenskrig.
Vi fik enten en tulipan eller en påskelilje, som vi skulle holde pænt lodret mens vi spadserede roligt (roligt! havde frøkenen sagt) ned til mindestedet. Der stod tre figurer hugget ud i sten, som symboliserede krigen’s sorg, krigen’s kamp og krigen’s et eller andet, det sidste kunne jeg ikke huske. Når vi gik op ad de tre trin til mindestedet skulle vi lægge blomsten ved figurenes fødder og stå ganske stille og tælle til fire (bestemt ikke længere, sagde frøkenen, vi er jo mange) mens vi skulle kikke alvorligt på stenmændende.
Turen ville vare en god halv time. Vi gik i række, to og to, og da vi forlod skolen var hele flokken musestille. Hele ugen havde vi haft timer om krigen.
Om nazisterne, om modsættelseskampen (vores hollandske helte) og om jøderne.
Når der blev talt om jøder, faktisk ved den mindste hentydning, ét ord om jøder eller jødeforfølgelse, plejede jeg at rødme. Jeg ville helst gemme mig under skolebænken. Det var utroligt flovt at være krigsoffer, og alt det andet ævl med antisemitisme. Jeg syntes jeg kunne mærke alle stirrede på mig, hvad de slet ikke gjorde. Det ragede mine kammerater en høstblomst hvad jeg var, hel- eller halvjøde eller kineser.
Da vi var halvvejs kunde jeg ikke holde det ud længere. Jeg stak min tulipan op i vejret, viftede med den og skreg: "Hurra for Hitler!!"
Det virkede rigtigt morsomt, de to h’er. Pludselig stod frøkenen ved siden af mig, hun havde været lige i nærheden.
Så kan du godt gå hjem lige med det samme, sagde hun. Hendes ansigt så meget alvorligt og vred ud.
Det undrer mig meget at netop dú opfører dig på den måde. Det gør mig meget ked af det, og det vil dine forældre også blive. Du kan sige derhjemme at de får et brev fra skolen.
Min skoleveninde, der havde grinet meget, stod ved siden af mig og hviskede: jeg skal nok fortælle dig det hele i morgen. Det er syndt du ikke får sodavand nu.
Skolen havde lovet en sodavand til hver efter højtideligheden. Det var den 4e maj, og meget varmt allerede.
Da jeg kom hjem og forsigtigt åbnede døren til dagligstuen sad min mor ved klaveret og øvede sig til sangtimen. Sikke tidligt du er hjemme, sagde hun, men spurgte heldigvis ikke videre. Tulipanen havde jeg smit væk undervejs. Jeg listede op til mit værelse og skiftede ble på min babydukke. Hun lå der med sin lille trutmund i sit gummiansigt og så meget tilfreds ud.
Vi fik enten en tulipan eller en påskelilje, som vi skulle holde pænt lodret mens vi spadserede roligt (roligt! havde frøkenen sagt) ned til mindestedet. Der stod tre figurer hugget ud i sten, som symboliserede krigen’s sorg, krigen’s kamp og krigen’s et eller andet, det sidste kunne jeg ikke huske. Når vi gik op ad de tre trin til mindestedet skulle vi lægge blomsten ved figurenes fødder og stå ganske stille og tælle til fire (bestemt ikke længere, sagde frøkenen, vi er jo mange) mens vi skulle kikke alvorligt på stenmændende.
Turen ville vare en god halv time. Vi gik i række, to og to, og da vi forlod skolen var hele flokken musestille. Hele ugen havde vi haft timer om krigen.
Om nazisterne, om modsættelseskampen (vores hollandske helte) og om jøderne.
Når der blev talt om jøder, faktisk ved den mindste hentydning, ét ord om jøder eller jødeforfølgelse, plejede jeg at rødme. Jeg ville helst gemme mig under skolebænken. Det var utroligt flovt at være krigsoffer, og alt det andet ævl med antisemitisme. Jeg syntes jeg kunne mærke alle stirrede på mig, hvad de slet ikke gjorde. Det ragede mine kammerater en høstblomst hvad jeg var, hel- eller halvjøde eller kineser.
Da vi var halvvejs kunde jeg ikke holde det ud længere. Jeg stak min tulipan op i vejret, viftede med den og skreg: "Hurra for Hitler!!"
Det virkede rigtigt morsomt, de to h’er. Pludselig stod frøkenen ved siden af mig, hun havde været lige i nærheden.
Så kan du godt gå hjem lige med det samme, sagde hun. Hendes ansigt så meget alvorligt og vred ud.
Det undrer mig meget at netop dú opfører dig på den måde. Det gør mig meget ked af det, og det vil dine forældre også blive. Du kan sige derhjemme at de får et brev fra skolen.
Min skoleveninde, der havde grinet meget, stod ved siden af mig og hviskede: jeg skal nok fortælle dig det hele i morgen. Det er syndt du ikke får sodavand nu.
Skolen havde lovet en sodavand til hver efter højtideligheden. Det var den 4e maj, og meget varmt allerede.
Da jeg kom hjem og forsigtigt åbnede døren til dagligstuen sad min mor ved klaveret og øvede sig til sangtimen. Sikke tidligt du er hjemme, sagde hun, men spurgte heldigvis ikke videre. Tulipanen havde jeg smit væk undervejs. Jeg listede op til mit værelse og skiftede ble på min babydukke. Hun lå der med sin lille trutmund i sit gummiansigt og så meget tilfreds ud.
maandag 16 maart 2009
Als het voorjaar komt...
Oud spoor
Geheime steekwoorden waaien
binnen; even bolt het gordijn
van een vroeger geluid, ritselt
papier. Herinnering, breekbare
beltoon aan deze kant van de
slagboom.
Gevleugelde scheepjes rollen langs
opgeheven routes. Zonlicht glijdt over
geroeste rails. Overgang –
van plaatsnaam naar plaats.
Opnieuw een korte lijn
Varde – Oksbøl?
Geheime steekwoorden waaien
binnen; even bolt het gordijn
van een vroeger geluid, ritselt
papier. Herinnering, breekbare
beltoon aan deze kant van de
slagboom.
Gevleugelde scheepjes rollen langs
opgeheven routes. Zonlicht glijdt over
geroeste rails. Overgang –
van plaatsnaam naar plaats.
Opnieuw een korte lijn
Varde – Oksbøl?
Abonneren op:
Posts (Atom)
