Wat ik van poëzie afweet
Wandelend door een boomgaarden wereld
vroeg ik een vogel een vederen woord
een zingend woord een zonlicht woord
smeekte ik een vogel een woord mij ten dienste
een vliegwoord een vangbal een boemerang
Maar toen ik droomde dat mijn wens zich vervulde
verschool ik mij om het te breken
en te zien wat er in zou zijn:
een nest jonge vogels
of schaduw en schimmel
een beest dat zou bijten
of mijzelf schreiend
of van de wereld het eerste en laatste
niets
Hvad jeg ved om poësien
Mens jeg gik gennem en frugttræers verden
spurgte jeg en fugl om et fjerord
et syngende ord et sollysord
jeg bønfaldt en fugl om et ord til min tjeneste
et flyveord gribebold bumerang
Men så drømte jeg mit ønske blev opfyldt
gemte mig for at knuse det
og se hvad der var indeni:
en rede med fugleunger
eller skygge og svamp
et dyr der bider
eller mig selv grædende
eller verdens første og sidste
ingenting
Koos Schuur 1951
Vertaling Inge Cohen Rohleder 2012
woensdag 7 maart 2012
vrijdag 17 februari 2012
Spanning in de tekst
Tijdens het nadenken over interpretatie van poëtische teksten, met name religieuze poëzie, stuitte ik op het volgende gedicht van Inger Christensen, de "moeder" van de moderne Deense poëzie.
Spanning
Roep iemand die roept
de brug is lang en leeg
Ren op de verzoening af
heftig asfalt verlichting
die opzij springt
en zwellende rails
op weg door het hart
Roep iemand die roept
iemand die roept....
(Uit de bundel "Græs" - Gras, vert. Inge Cohen Roheder)
Spanning
Roep iemand die roept
de brug is lang en leeg
Ren op de verzoening af
heftig asfalt verlichting
die opzij springt
en zwellende rails
op weg door het hart
Roep iemand die roept
iemand die roept....
(Uit de bundel "Græs" - Gras, vert. Inge Cohen Roheder)
zaterdag 17 september 2011
Een gevecht tussen rood en blauw. Deense verkiezingen.
Ademloos heb ik donderdagavond 15 september naar de "valgaften" - verkiezingsavond - op DR1 gekeken. Nadat om acht uur de stembureau's dicht gingen, begon het tellen en volgden de prognoses. Een rood blok en en blauw blok, bijna even hoog; steeds was het rode blok ietsje hoger maar één keer groeide tot mijn ontzetting het blauwe blok er bovenuit. Ieder blok bestond uit vier partijen - als in een vreemd mozaïek stroomden de verliezen van de ene partij als winst naar de andere.
Ondertussen werden de partijleiders geïnterviewd. Zuurzoet glimlachende Pia Kjærsgaard (kan ze eigenlijk wel echt lachen, vroeg ik me af, of oefent ze iedere dag met haar media-adviseur op het optrekken van de mondhoeken) bereidde zich voor op de oppositie. Haar commentaar was een dreigement. Ik had dat eerder gehoord, ook van Venstre, de liberalen, die helaas wel de grootste partij blijven. "Het Deense volk wil verandering, welnu, die zullen ze krijgen. Morgen ochtend worden ze wakker met een heel ander beleid!" Wat voor beleid? Hogere belasting natuurlijk, "een zwarte hand die in jouw portemonnee gaat graaien en pakt wat hij nodig heeft om de onbetaalbare sociale voorzieningen te financieren..." Haar medestanders applaudiseerden braaf en de mondhoeken trokken weer omlaag.
Johanne Schmidt-Nielsen daarentegen straalde. Haar Enhedslisten ging naar 17 zetels. Was het een "Johanne-effect", vroeg de journalist. "Wij doen niet aan persoonlijke cultus" antwoordde ze, maar even later moest ze toegeven dat ze blij was dat haar inzet de programmapunten van haar partij, de rood-groene, zo in de schijnwerpers had gezet.
Margrethe Vestager, van Radikale Venstre, de Deense D66, werd gevraagd wat ze het meest vreesde op deze avond. "Dat ik moet huilen tijdens de toespraak", zei ze, terwijl haar kinderen "Doei Mama" brulden vanuit de flat op Amager Brogade waar ze wonen.
Ten slotte, aan het eind van de avond, toen duidelijk was dat het blauwe blok niet meer boven het rode uit zou komen, de grote groep journalisten bij de voordeur van het rijtjeshuis van Helle Thorning-Schmidt, op Østerbro, een heel hip rijtje dat "Kartoffelrækkerne" heet. Uit dat aardappelrijtje stapte Gucci-Helle met de breedste lach van heel Denemarken.
Ze was het geworden Premier. Een toespraak, een feest - en dan aan de slag. Eindelijk een nieuw begin, na tien jaar economisch wanbeleid, afbraak van milieu- en klimaatpolitiek, hetzes en rigide maatregelen om immigranten te weren en te treiteren.
De eerste vrouwelijke premier, kopten alle kranten. Hoezo, wat doet dat ertoe? Wees blij dat er nu een mogelijkheid ontstaat voor goed beleid, dat de Denen weer terugkeren naar hun vertrouwde, sociale consensusmodel, na een decennium van gespletenheid en scheiding der geesten.
En toch, die ene zuurpruim en die drie stralende vrouwen: het was ook de avond van de jonge, Deense vrouwen. Vrolijk (behalve Pia) slim, gevat en vol hoop voor de toekomst. Ze hebben een visie, ze dragen idealen uit. Denemarken is weer een land geworden waar je wel zou willen wonen.
Ondertussen werden de partijleiders geïnterviewd. Zuurzoet glimlachende Pia Kjærsgaard (kan ze eigenlijk wel echt lachen, vroeg ik me af, of oefent ze iedere dag met haar media-adviseur op het optrekken van de mondhoeken) bereidde zich voor op de oppositie. Haar commentaar was een dreigement. Ik had dat eerder gehoord, ook van Venstre, de liberalen, die helaas wel de grootste partij blijven. "Het Deense volk wil verandering, welnu, die zullen ze krijgen. Morgen ochtend worden ze wakker met een heel ander beleid!" Wat voor beleid? Hogere belasting natuurlijk, "een zwarte hand die in jouw portemonnee gaat graaien en pakt wat hij nodig heeft om de onbetaalbare sociale voorzieningen te financieren..." Haar medestanders applaudiseerden braaf en de mondhoeken trokken weer omlaag.
Johanne Schmidt-Nielsen daarentegen straalde. Haar Enhedslisten ging naar 17 zetels. Was het een "Johanne-effect", vroeg de journalist. "Wij doen niet aan persoonlijke cultus" antwoordde ze, maar even later moest ze toegeven dat ze blij was dat haar inzet de programmapunten van haar partij, de rood-groene, zo in de schijnwerpers had gezet.
Margrethe Vestager, van Radikale Venstre, de Deense D66, werd gevraagd wat ze het meest vreesde op deze avond. "Dat ik moet huilen tijdens de toespraak", zei ze, terwijl haar kinderen "Doei Mama" brulden vanuit de flat op Amager Brogade waar ze wonen.
Ten slotte, aan het eind van de avond, toen duidelijk was dat het blauwe blok niet meer boven het rode uit zou komen, de grote groep journalisten bij de voordeur van het rijtjeshuis van Helle Thorning-Schmidt, op Østerbro, een heel hip rijtje dat "Kartoffelrækkerne" heet. Uit dat aardappelrijtje stapte Gucci-Helle met de breedste lach van heel Denemarken.
Ze was het geworden Premier. Een toespraak, een feest - en dan aan de slag. Eindelijk een nieuw begin, na tien jaar economisch wanbeleid, afbraak van milieu- en klimaatpolitiek, hetzes en rigide maatregelen om immigranten te weren en te treiteren.
De eerste vrouwelijke premier, kopten alle kranten. Hoezo, wat doet dat ertoe? Wees blij dat er nu een mogelijkheid ontstaat voor goed beleid, dat de Denen weer terugkeren naar hun vertrouwde, sociale consensusmodel, na een decennium van gespletenheid en scheiding der geesten.
En toch, die ene zuurpruim en die drie stralende vrouwen: het was ook de avond van de jonge, Deense vrouwen. Vrolijk (behalve Pia) slim, gevat en vol hoop voor de toekomst. Ze hebben een visie, ze dragen idealen uit. Denemarken is weer een land geworden waar je wel zou willen wonen.
maandag 13 juni 2011
Twee gedichten van Morten Nielsen
Verantwoording
Je zegt ik ben niet eerlijk
ik ben eerlijker dan jij
trouw aan een vertrouwen
dat langzaam aan jou slijt.
Je zegt ik was te vluchtig
dat klopt, zo moest het gaan,
mijn handen werden zwak, want
geen werk bood jij ze aan.
Je vocht hevig met een ander
vermoeid op jezelf gericht.
Mij liet je naast de weegschaal staan
- natuurlijk, ik was te licht.
En dit is jouw overwinning,
dit is jouw overmacht:
dat alles nu voorbij is. En niets
tot voltooiing gebracht.
Er brandt licht en iemand wacht -
Er brandt licht en iemand wacht.
Maar nog is mijn wachttijd niet voorbij.
Gaf ik jou nu mijn handen
- ze waren leeg.
Door de regen valt op mijn gezicht
dat licht in fijne druppels -
maar dan keren zich opnieuw
mijn zinnen naar een roepende stem.
Een stem die roept - en jammert,
jouw doorregend licht is weg.
Nog moet ik alleen blijven met een gemis
dat ik niet te boven kwam.
Er brandt licht en iemand wacht.
ik ben alleen, met een stem in de leegte.
Gemeen, als ik naar jou, die wacht, zou komen
voordat mijn wachttijd om is.
Morten Nielsen (1922 - 1944)
vertaling Inge Cohen Rohleder
Je zegt ik ben niet eerlijk
ik ben eerlijker dan jij
trouw aan een vertrouwen
dat langzaam aan jou slijt.
Je zegt ik was te vluchtig
dat klopt, zo moest het gaan,
mijn handen werden zwak, want
geen werk bood jij ze aan.
Je vocht hevig met een ander
vermoeid op jezelf gericht.
Mij liet je naast de weegschaal staan
- natuurlijk, ik was te licht.
En dit is jouw overwinning,
dit is jouw overmacht:
dat alles nu voorbij is. En niets
tot voltooiing gebracht.
Er brandt licht en iemand wacht -
Er brandt licht en iemand wacht.
Maar nog is mijn wachttijd niet voorbij.
Gaf ik jou nu mijn handen
- ze waren leeg.
Door de regen valt op mijn gezicht
dat licht in fijne druppels -
maar dan keren zich opnieuw
mijn zinnen naar een roepende stem.
Een stem die roept - en jammert,
jouw doorregend licht is weg.
Nog moet ik alleen blijven met een gemis
dat ik niet te boven kwam.
Er brandt licht en iemand wacht.
ik ben alleen, met een stem in de leegte.
Gemeen, als ik naar jou, die wacht, zou komen
voordat mijn wachttijd om is.
Morten Nielsen (1922 - 1944)
vertaling Inge Cohen Rohleder
vrijdag 5 november 2010
Is een taal ook een soort land?
Trek een willekeurig niet-Nederlands (bijvoorbeeld Deens!) boek uit de kast en lees. Wat gebeurt er eigenlijk? Ongetwijfeld worden de in de schooljaren gebaande wegen en stegen, die onze neuronen benutten wanneer in de hersenen op "vreemde taal" is geklikt, opnieuw schoongeveegd. De paden waren overwoekerd en zijn nu weer fris geactiveerd. Ze voeren de lezer een land in van andere klanken, gevoelswaarden en betekenissen. Als de vreemde taal "goed ligt" of "goed valt" wordt het een aangenaam verblijf.
Nog verder gaan diegenen - en dat zijn er de laatste decennia nogal veel - die een andere moedertaal hebben. Zoals tijdens een echte reis, bij de grensovergang, de vertrouwde verkeersborden, namen van winkels en bedrijven, tijdschriften en krantenkoppen welbehagen oproepen, geeft een verhaal in de moedertaal, alsof de woorden verloren en opnieuw gevonden zijn, een ervaring van warmte en herkenning. Een boek openslaan wordt thuis komen.
Ida Jessens roman "Het eerste waar ik aan denk" - de vertaling uit het Deens verschijnt binnenkort - begint met de beschrijving van een aankomst. De hoofdpersoon rijdt door een landschap, dat almaar leger wordt, naar een gehucht aan de Limfjord waar vrienden wonen, die een witgekalkte, honderden jaren oude pastorie hebben opgeknapt. De auto draait de oprit in, het grind knarst, verblindend wit staat het huis in het middaglicht.
Dit te lezen, terwijl ondertussen dwars over het kanaal treinen over de spoorbrug naar het Centraal Station in Amsterdam rijden, lijn drie onder het raam voorbij raast en in het water naast de kade binnenvaartschepen met namen als Neeltje Jacoba varen, is wonderlijk. Ida Jessen, zelf afkomstig uit de streek die ze beschrijft, doet extra haar best om licht, land en water, kleuren en geuren van de akkers en de enorme hemel er boven te verwoorden. Ze heeft iets te verdedigen.
Want dit is "Udkantsdanmark" , het marginale Denemarken, waar de inwoners van de hoofdstad een beetje meewarig om lachen. De Limfjordstreek: oeverlandschap, zanderig, karig begroeid; door de harde wind krijgen de bomen nauwelijks een kans. Een sullig haventje waar aan een paar masten touwen monotoon tegen het hout slaan. De lichte golfslag van een zwak getij. Mensen die hier al generaties lang wonen en weinig zeggen. Verschrikkelijk - of prachtig?
Een welkomstscene: in de deuropening van de pastorie glimlacht de jeugdvriendin. Het theeblad staat klaar op de tafel onder de kastanje achter in de tuin. In het gras speelt zwijgend een meisje. Wanneer de twee vrouwen - "Jij bent ook niets veranderd!" - met elkaar in gesprek raken weet de lezer waar het verhaal over zal gaan. Echt makkelijk is het leven niet in een dorp aan de Limfjord. En toch lijken verdriet, verwikkelingen, ongelukkige samenlopen en het dreigend afbrokkelen van een oude vriendschap in die grote landschappen op het onbetekenend gedraaf van heel kleine dieren. Ida Jessen gebruikt afwisselend panorama en close-up, zet mensen en natuur naast en tegenover elkaar. Vreemd en vanzelfsprekend tegelijk. Haar zinnen zijn zelf het land dat ze wil laten zien.
Kan de vertaling datzelfde contrast teweeg brengen als het origineel? Kan ik een ander land, mijn moederland, ingaan als ik de Nederlandse versie lees - terwijl de trein over de spoorbrug rijdt naar het Centraal Station, de tram onder het raam voorbij raast en de binnenvaartschepen naar het IJ glijden?
Nog verder gaan diegenen - en dat zijn er de laatste decennia nogal veel - die een andere moedertaal hebben. Zoals tijdens een echte reis, bij de grensovergang, de vertrouwde verkeersborden, namen van winkels en bedrijven, tijdschriften en krantenkoppen welbehagen oproepen, geeft een verhaal in de moedertaal, alsof de woorden verloren en opnieuw gevonden zijn, een ervaring van warmte en herkenning. Een boek openslaan wordt thuis komen.
Ida Jessens roman "Het eerste waar ik aan denk" - de vertaling uit het Deens verschijnt binnenkort - begint met de beschrijving van een aankomst. De hoofdpersoon rijdt door een landschap, dat almaar leger wordt, naar een gehucht aan de Limfjord waar vrienden wonen, die een witgekalkte, honderden jaren oude pastorie hebben opgeknapt. De auto draait de oprit in, het grind knarst, verblindend wit staat het huis in het middaglicht.
Dit te lezen, terwijl ondertussen dwars over het kanaal treinen over de spoorbrug naar het Centraal Station in Amsterdam rijden, lijn drie onder het raam voorbij raast en in het water naast de kade binnenvaartschepen met namen als Neeltje Jacoba varen, is wonderlijk. Ida Jessen, zelf afkomstig uit de streek die ze beschrijft, doet extra haar best om licht, land en water, kleuren en geuren van de akkers en de enorme hemel er boven te verwoorden. Ze heeft iets te verdedigen.
Want dit is "Udkantsdanmark" , het marginale Denemarken, waar de inwoners van de hoofdstad een beetje meewarig om lachen. De Limfjordstreek: oeverlandschap, zanderig, karig begroeid; door de harde wind krijgen de bomen nauwelijks een kans. Een sullig haventje waar aan een paar masten touwen monotoon tegen het hout slaan. De lichte golfslag van een zwak getij. Mensen die hier al generaties lang wonen en weinig zeggen. Verschrikkelijk - of prachtig?
Een welkomstscene: in de deuropening van de pastorie glimlacht de jeugdvriendin. Het theeblad staat klaar op de tafel onder de kastanje achter in de tuin. In het gras speelt zwijgend een meisje. Wanneer de twee vrouwen - "Jij bent ook niets veranderd!" - met elkaar in gesprek raken weet de lezer waar het verhaal over zal gaan. Echt makkelijk is het leven niet in een dorp aan de Limfjord. En toch lijken verdriet, verwikkelingen, ongelukkige samenlopen en het dreigend afbrokkelen van een oude vriendschap in die grote landschappen op het onbetekenend gedraaf van heel kleine dieren. Ida Jessen gebruikt afwisselend panorama en close-up, zet mensen en natuur naast en tegenover elkaar. Vreemd en vanzelfsprekend tegelijk. Haar zinnen zijn zelf het land dat ze wil laten zien.
Kan de vertaling datzelfde contrast teweeg brengen als het origineel? Kan ik een ander land, mijn moederland, ingaan als ik de Nederlandse versie lees - terwijl de trein over de spoorbrug rijdt naar het Centraal Station, de tram onder het raam voorbij raast en de binnenvaartschepen naar het IJ glijden?
donderdag 14 oktober 2010
PHASE
Wat is nu weer "PHASE" ? Het is de afkorting van "Post Happening Apathetic Social Evasiveness" een ziektebeeld met als symptomen: extreme vermoeidheid, filosofisch cynisme, langdurige introversie en grote honger naar 'echte' werkelijkheid.
Echt waar? Nee, een fantasie-ziekte, epidemisch in de nieuwe roman van Jens Smaerup Sorensen, waarin een televisiemedewerker verdwaalt in zijn eigen 'reality-tv'. Nadat ik de recensie had gelezen in 'Politiken' vond ik opeens wel dat ik aan meerdere van de genoemde symptomen lijd. Dat schijnt wel vaker voor te komen. De laatste keer dat ik het land van mijn eindeloze hunkering verliet was op 1 augustus dit jaar. Sindsdien is de adrenalinespiegel langzaam maar zeker weer gestegen. Ben ik rijp voor 'reality-tv' of gewoon gek aan het worden hier in Nederland? We krijgen een regering 'naar Deens model' - even afwachten nog, lijkt me. Dat Deense model, met al zijn weerzinwekkende discriminatie en doorgedraaid nationalisme, staat ook voor een grote sociaaldemocratische partij, gesteund door de Deense versie van de SP en D66. In het laatste grote televisiedebat werd Helle Thorning Schmidt, partijleidster van de sociaaldemocraten, tot winnaar uitgeroepen. Dat betekent dat er een kans is dat als er nu verkiezingen gehouden zouden worden, het linkse blok - dat heel wat beter samenwerkt dan hier - de meerderheid krijgt.
Ondertussen lijd ik vooral aan 'social evasiveness' - hoe drukker ik het krijg, hoe meer ik snak naar stilte en zwijgen. In de herfstvakantie kan ik gelukkig "hjem" - naar huis.
Echt waar? Nee, een fantasie-ziekte, epidemisch in de nieuwe roman van Jens Smaerup Sorensen, waarin een televisiemedewerker verdwaalt in zijn eigen 'reality-tv'. Nadat ik de recensie had gelezen in 'Politiken' vond ik opeens wel dat ik aan meerdere van de genoemde symptomen lijd. Dat schijnt wel vaker voor te komen. De laatste keer dat ik het land van mijn eindeloze hunkering verliet was op 1 augustus dit jaar. Sindsdien is de adrenalinespiegel langzaam maar zeker weer gestegen. Ben ik rijp voor 'reality-tv' of gewoon gek aan het worden hier in Nederland? We krijgen een regering 'naar Deens model' - even afwachten nog, lijkt me. Dat Deense model, met al zijn weerzinwekkende discriminatie en doorgedraaid nationalisme, staat ook voor een grote sociaaldemocratische partij, gesteund door de Deense versie van de SP en D66. In het laatste grote televisiedebat werd Helle Thorning Schmidt, partijleidster van de sociaaldemocraten, tot winnaar uitgeroepen. Dat betekent dat er een kans is dat als er nu verkiezingen gehouden zouden worden, het linkse blok - dat heel wat beter samenwerkt dan hier - de meerderheid krijgt.
Ondertussen lijd ik vooral aan 'social evasiveness' - hoe drukker ik het krijg, hoe meer ik snak naar stilte en zwijgen. In de herfstvakantie kan ik gelukkig "hjem" - naar huis.
dinsdag 18 mei 2010
Bij een schilderij van P.S. Krøyer
In een witte jurk zit ze in haar tuinstoel, zo'n ouderwetse, van houten latten, bespannen met linnen - waar ik als kind mijn vingers tussen kreeg als ik niet uitkeek bij het openvouwen. Naast haar de andere, lege stoel en de slapende hond. Krøyer heeft plaats genomen vóór de rozenstruik om met een verliefde penseel zijn echtgenote te schilderen. Marie is verdiept in haar krant. Of doet alsof, omdat ze al urenlang in die stoel heeft zitten poseren...
Het gras moet nodig gemaaid. Maar het is warm, laten we wachten tot vanavond, of tot morgen. De bloei van de rozen is zo uitbundig dat de buitenste bladeren er wellustig van omkrullen. Rozengeur drijft langzaam de tuin door en omvat alles. En het is warm, zo warm als alleen een echte Deense zomerdag kan zijn, waar de zon trillend uit een blauwe lucht schijnt. Het diepe blauw dat we hier, in de Hollandse randstad, heel even mochten ervaren, toen er geen vliegtuigen opstegen vanwege "de aswolk".
In dat ongemaaide gras heb ik ooit gelegen, urenlang, kijkend naar de wolken, wachtend op de zon die verdween, weer verscheen, verdween, tot ik aan niets meer dacht en alleen nog de vogels hoorde roepen, lijster en leeuwerik, bij het zachte ruisen van de zomerwind in de perenboom.
"Roser. Haveparti fra Skagen med Kunstnerens Hustru siddende i en Havestol. 1893"
Het gras moet nodig gemaaid. Maar het is warm, laten we wachten tot vanavond, of tot morgen. De bloei van de rozen is zo uitbundig dat de buitenste bladeren er wellustig van omkrullen. Rozengeur drijft langzaam de tuin door en omvat alles. En het is warm, zo warm als alleen een echte Deense zomerdag kan zijn, waar de zon trillend uit een blauwe lucht schijnt. Het diepe blauw dat we hier, in de Hollandse randstad, heel even mochten ervaren, toen er geen vliegtuigen opstegen vanwege "de aswolk".
In dat ongemaaide gras heb ik ooit gelegen, urenlang, kijkend naar de wolken, wachtend op de zon die verdween, weer verscheen, verdween, tot ik aan niets meer dacht en alleen nog de vogels hoorde roepen, lijster en leeuwerik, bij het zachte ruisen van de zomerwind in de perenboom.
"Roser. Haveparti fra Skagen med Kunstnerens Hustru siddende i en Havestol. 1893"
Abonneren op:
Posts (Atom)
