De dichter Rainer Maria Rilke heeft gezegd dat het doel van poëzie is: al het materiële om te zetten in iets geestelijks. Dat zal nu mijn leidraad moeten worden want mijn Deense huis ben ik kwijt. Materiële problemen, crisis, verlies... Omzetten in iets geestelijks, hoe moet dat?
Intussen is de hoeveelheid Deense literatuur hier thuis in Amsterdam behoorlijk toegenomen. Een soort leeshonger heeft toegeslagen, niet vanwege het literaire gehalte of vertalersambities, maar louter en alleen om troost te vinden.
Een roman of gedicht in het Deens lezen is binnengaan in een taalruimte die weldadig is, veilig, vertrouwd. Beschrijvingen van geuren, geluiden, gesprekken. Water, wind en wolken, geelgekalkte huisjes en witte zadeldakkerken, Limfjord en Vesterhav, København en Aalborg. Alles stilt de heimwee en voert voor een uurtje langs wegen die in werkelijkheid niet meer begaanbaar zijn.
Zal ik alsnog emigreren?
Maar hoe moet het dan met de familie, de kinderen, mijn oude moeder, mijn vriendschappen die alleen gedijen bij regelmatig onderhoud?
Ondertussen hebben we met vier lezende vrouwen een 'læseklub' opgericht. Naamloos nog - op de oprichtingsvergadering kwam de naam Bang voorbij. Alle vier zijn we liefhebbers van de schrijver Herman Bang.
'Læseklub Bang', niet verkeerd.
Maar ter ere van het Kierkegaard-jaar hebben we als eerste boek "Forbandelsen" gekozen, van Peter Tudvad.
De arme vader Kierkegaard had, zo meende hij, een vloek over zich afgeroepen, een doem.
Hij had namelijk eens, toen het hem heel erg tegenzat, zelf God vervloekt. Hij moest als jongen schapen hoeden op een barre heide in Vestjylland. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat liep hij klappertandend in de stromende regen en de ijzige wind, zonder jas of behoorlijke schoenen. En toen was hij op een heuvel geklommen, zijn druipende hoofd achterover gelegd en had geschreeuwd.
"Ik vervloek je, smerige rotzak die je bent!!!"
En dat zou - in het schuld-en-straf-discours van de Lutherse Staatskerk begin 19e eeuw - niet zonder gevolgen blijven.
Welke?
In ieder geval iets ergs met zijn (toekomstige) kinderen, want dat is een oudtestamentische gewoonte. Søren Aabye wist er alles van, hij was immers theoloog.
Dat gaan we lezen. En er vragen bij bedenken, en misschien wel interpretaties. Alles in het Deens natuurlijk.
Wordt vervolgd...
maandag 2 september 2013
dinsdag 11 december 2012
Jens Christian Grøndahl
Før vi siger farvel, heet de nieuwe roman van Grøndahl, die inmiddels ook in het Nederlands is verschenen. Het afscheid waar het om gaat is een dubbel afscheid: van een geliefde, en van het leven. Ik lees Grøndahl heel graag omdat hij in zijn verhalen altijd de grens naar het zuiden over gaat. Het in zichzelf gekeerde 'lille Danmark' wordt bij Grøndahl een springplank voor een weids perspectief en dat doet hij zonder het oer-Deense los te laten. Als lezer met een dubbele identiteit - Deens en Nederlands - voel ik me thuis in zijn culturele ruimte. Zijn hoofdpersoon Barbara is een donkere, Indiase vrouw, opgegroeid in Vestjylland, in een dorp dat zo het mijne had kunnen zijn. Haar eerste vriend Elias is Grønlænder - en een zijtak van onze familie, ontsproten in de 20-er jaren van de vorige eeuw, is Groenlands. Het is wonderlijk hoe alleen door de afstamming van personages een voedingsbodem voor tientallen associaties is geschapen. Een diepte waarin ik me thuis voel, net als in de beschrijvingen van de waaierige, verlaten dorpsstraten met hun kwijnende winkels en de ene 'Brugsen'. De uitgestorven 'gågade' als zaterdagmiddag om 13.00 alles sloot. De zolder van het grote huis aan de rand van het dorp, waar stapels Familiejournal, Alt for damerne, en Tidens kvinder lagen te wachten op regenachtige middagen. O, de weldadige verveling van mijn kindertijd!
Gelukkig hoefde ik niet volwassen te worden in dat dorp in Vestjylland, gelukkig kon ik naar het Montessori Lyceum in Amsterdam. Gelukkig heeft Grøndahl veel buitenlandse vrienden, waarvan onze essayist Michael Zeeman er een was. Het hele boek ademt weg! weg! van thuis en weg! uit de benauwende leegte. Naar Moskou, naar Moskou.... nee, naar Athene, waar een al net zo onthechte Franse vriendin haar appartement ter beschikking stelt van de scheidende geliefden...
Gelukkig hoefde ik niet volwassen te worden in dat dorp in Vestjylland, gelukkig kon ik naar het Montessori Lyceum in Amsterdam. Gelukkig heeft Grøndahl veel buitenlandse vrienden, waarvan onze essayist Michael Zeeman er een was. Het hele boek ademt weg! weg! van thuis en weg! uit de benauwende leegte. Naar Moskou, naar Moskou.... nee, naar Athene, waar een al net zo onthechte Franse vriendin haar appartement ter beschikking stelt van de scheidende geliefden...
maandag 10 december 2012
Reuzenwindmolens
Ze zijn 250 meter hoog. Dat is maar 50 m lager dan de Eiffeltoren. Ze staan in het bos bij Østerild en er is veel verzet geweest - hoezo een half bos kappen om plaats te maken voor lawaaiige gevaartes die dag en nacht een stroboscopisch licht verspreiden om vliegtuigen te waarschuwen. Die net zo goed op een of andere verlaten akker hadden kunnen staan. Maar nee, het moest midden in een natuurgebied. Mensen die normaal 'groen' stemmen en milieubewust leven schoten in een acuut loyaliteitsconflict. Later kwam er, tijdens een politieke vergadering in de regio, een aap uit de mouw. De burgemeester van Thisted, de gemeente waar Østerild onder valt, maakte bekend dat er sprake was geweest van een deal. De reuzenmolens zouden geplaatst mogen worden en in ruil zou de haven van Hanstholm vergroot en uitgediept worden, zodat de directe veerverbinding met Noorwegen hersteld kon worden.
De molens staan er, maar de havenuitbreiding is er nog niet gekomen....
Er zijn nog maar weinig plaatsen in West Europa waar het leeg en stil is. Het Nationaal Park Thy en de natuurgebieden van Hannæs zijn van die plaatsen. En de haven van Hanstholm is sinds een paar jaar ook stil. Werkeloze vissers scharrelen rond langs de kades, kotters liggen te roesten in het havenbassin. Je hoort alleen de wind en de eeuwige, krijsende meeuwen.
Alternative energie: ja tak.
Kæmpevindmøller: nej tak!
De molens staan er, maar de havenuitbreiding is er nog niet gekomen....
Er zijn nog maar weinig plaatsen in West Europa waar het leeg en stil is. Het Nationaal Park Thy en de natuurgebieden van Hannæs zijn van die plaatsen. En de haven van Hanstholm is sinds een paar jaar ook stil. Werkeloze vissers scharrelen rond langs de kades, kotters liggen te roesten in het havenbassin. Je hoort alleen de wind en de eeuwige, krijsende meeuwen.
Alternative energie: ja tak.
Kæmpevindmøller: nej tak!
woensdag 7 maart 2012
Een gedicht overbrugt eenenzestig jaar
Wat ik van poëzie afweet
Wandelend door een boomgaarden wereld
vroeg ik een vogel een vederen woord
een zingend woord een zonlicht woord
smeekte ik een vogel een woord mij ten dienste
een vliegwoord een vangbal een boemerang
Maar toen ik droomde dat mijn wens zich vervulde
verschool ik mij om het te breken
en te zien wat er in zou zijn:
een nest jonge vogels
of schaduw en schimmel
een beest dat zou bijten
of mijzelf schreiend
of van de wereld het eerste en laatste
niets
Hvad jeg ved om poësien
Mens jeg gik gennem en frugttræers verden
spurgte jeg en fugl om et fjerord
et syngende ord et sollysord
jeg bønfaldt en fugl om et ord til min tjeneste
et flyveord gribebold bumerang
Men så drømte jeg mit ønske blev opfyldt
gemte mig for at knuse det
og se hvad der var indeni:
en rede med fugleunger
eller skygge og svamp
et dyr der bider
eller mig selv grædende
eller verdens første og sidste
ingenting
Koos Schuur 1951
Vertaling Inge Cohen Rohleder 2012
Wandelend door een boomgaarden wereld
vroeg ik een vogel een vederen woord
een zingend woord een zonlicht woord
smeekte ik een vogel een woord mij ten dienste
een vliegwoord een vangbal een boemerang
Maar toen ik droomde dat mijn wens zich vervulde
verschool ik mij om het te breken
en te zien wat er in zou zijn:
een nest jonge vogels
of schaduw en schimmel
een beest dat zou bijten
of mijzelf schreiend
of van de wereld het eerste en laatste
niets
Hvad jeg ved om poësien
Mens jeg gik gennem en frugttræers verden
spurgte jeg en fugl om et fjerord
et syngende ord et sollysord
jeg bønfaldt en fugl om et ord til min tjeneste
et flyveord gribebold bumerang
Men så drømte jeg mit ønske blev opfyldt
gemte mig for at knuse det
og se hvad der var indeni:
en rede med fugleunger
eller skygge og svamp
et dyr der bider
eller mig selv grædende
eller verdens første og sidste
ingenting
Koos Schuur 1951
Vertaling Inge Cohen Rohleder 2012
vrijdag 17 februari 2012
Spanning in de tekst
Tijdens het nadenken over interpretatie van poëtische teksten, met name religieuze poëzie, stuitte ik op het volgende gedicht van Inger Christensen, de "moeder" van de moderne Deense poëzie.
Spanning
Roep iemand die roept
de brug is lang en leeg
Ren op de verzoening af
heftig asfalt verlichting
die opzij springt
en zwellende rails
op weg door het hart
Roep iemand die roept
iemand die roept....
(Uit de bundel "Græs" - Gras, vert. Inge Cohen Roheder)
Spanning
Roep iemand die roept
de brug is lang en leeg
Ren op de verzoening af
heftig asfalt verlichting
die opzij springt
en zwellende rails
op weg door het hart
Roep iemand die roept
iemand die roept....
(Uit de bundel "Græs" - Gras, vert. Inge Cohen Roheder)
zaterdag 17 september 2011
Een gevecht tussen rood en blauw. Deense verkiezingen.
Ademloos heb ik donderdagavond 15 september naar de "valgaften" - verkiezingsavond - op DR1 gekeken. Nadat om acht uur de stembureau's dicht gingen, begon het tellen en volgden de prognoses. Een rood blok en en blauw blok, bijna even hoog; steeds was het rode blok ietsje hoger maar één keer groeide tot mijn ontzetting het blauwe blok er bovenuit. Ieder blok bestond uit vier partijen - als in een vreemd mozaïek stroomden de verliezen van de ene partij als winst naar de andere.
Ondertussen werden de partijleiders geïnterviewd. Zuurzoet glimlachende Pia Kjærsgaard (kan ze eigenlijk wel echt lachen, vroeg ik me af, of oefent ze iedere dag met haar media-adviseur op het optrekken van de mondhoeken) bereidde zich voor op de oppositie. Haar commentaar was een dreigement. Ik had dat eerder gehoord, ook van Venstre, de liberalen, die helaas wel de grootste partij blijven. "Het Deense volk wil verandering, welnu, die zullen ze krijgen. Morgen ochtend worden ze wakker met een heel ander beleid!" Wat voor beleid? Hogere belasting natuurlijk, "een zwarte hand die in jouw portemonnee gaat graaien en pakt wat hij nodig heeft om de onbetaalbare sociale voorzieningen te financieren..." Haar medestanders applaudiseerden braaf en de mondhoeken trokken weer omlaag.
Johanne Schmidt-Nielsen daarentegen straalde. Haar Enhedslisten ging naar 17 zetels. Was het een "Johanne-effect", vroeg de journalist. "Wij doen niet aan persoonlijke cultus" antwoordde ze, maar even later moest ze toegeven dat ze blij was dat haar inzet de programmapunten van haar partij, de rood-groene, zo in de schijnwerpers had gezet.
Margrethe Vestager, van Radikale Venstre, de Deense D66, werd gevraagd wat ze het meest vreesde op deze avond. "Dat ik moet huilen tijdens de toespraak", zei ze, terwijl haar kinderen "Doei Mama" brulden vanuit de flat op Amager Brogade waar ze wonen.
Ten slotte, aan het eind van de avond, toen duidelijk was dat het blauwe blok niet meer boven het rode uit zou komen, de grote groep journalisten bij de voordeur van het rijtjeshuis van Helle Thorning-Schmidt, op Østerbro, een heel hip rijtje dat "Kartoffelrækkerne" heet. Uit dat aardappelrijtje stapte Gucci-Helle met de breedste lach van heel Denemarken.
Ze was het geworden Premier. Een toespraak, een feest - en dan aan de slag. Eindelijk een nieuw begin, na tien jaar economisch wanbeleid, afbraak van milieu- en klimaatpolitiek, hetzes en rigide maatregelen om immigranten te weren en te treiteren.
De eerste vrouwelijke premier, kopten alle kranten. Hoezo, wat doet dat ertoe? Wees blij dat er nu een mogelijkheid ontstaat voor goed beleid, dat de Denen weer terugkeren naar hun vertrouwde, sociale consensusmodel, na een decennium van gespletenheid en scheiding der geesten.
En toch, die ene zuurpruim en die drie stralende vrouwen: het was ook de avond van de jonge, Deense vrouwen. Vrolijk (behalve Pia) slim, gevat en vol hoop voor de toekomst. Ze hebben een visie, ze dragen idealen uit. Denemarken is weer een land geworden waar je wel zou willen wonen.
Ondertussen werden de partijleiders geïnterviewd. Zuurzoet glimlachende Pia Kjærsgaard (kan ze eigenlijk wel echt lachen, vroeg ik me af, of oefent ze iedere dag met haar media-adviseur op het optrekken van de mondhoeken) bereidde zich voor op de oppositie. Haar commentaar was een dreigement. Ik had dat eerder gehoord, ook van Venstre, de liberalen, die helaas wel de grootste partij blijven. "Het Deense volk wil verandering, welnu, die zullen ze krijgen. Morgen ochtend worden ze wakker met een heel ander beleid!" Wat voor beleid? Hogere belasting natuurlijk, "een zwarte hand die in jouw portemonnee gaat graaien en pakt wat hij nodig heeft om de onbetaalbare sociale voorzieningen te financieren..." Haar medestanders applaudiseerden braaf en de mondhoeken trokken weer omlaag.
Johanne Schmidt-Nielsen daarentegen straalde. Haar Enhedslisten ging naar 17 zetels. Was het een "Johanne-effect", vroeg de journalist. "Wij doen niet aan persoonlijke cultus" antwoordde ze, maar even later moest ze toegeven dat ze blij was dat haar inzet de programmapunten van haar partij, de rood-groene, zo in de schijnwerpers had gezet.
Margrethe Vestager, van Radikale Venstre, de Deense D66, werd gevraagd wat ze het meest vreesde op deze avond. "Dat ik moet huilen tijdens de toespraak", zei ze, terwijl haar kinderen "Doei Mama" brulden vanuit de flat op Amager Brogade waar ze wonen.
Ten slotte, aan het eind van de avond, toen duidelijk was dat het blauwe blok niet meer boven het rode uit zou komen, de grote groep journalisten bij de voordeur van het rijtjeshuis van Helle Thorning-Schmidt, op Østerbro, een heel hip rijtje dat "Kartoffelrækkerne" heet. Uit dat aardappelrijtje stapte Gucci-Helle met de breedste lach van heel Denemarken.
Ze was het geworden Premier. Een toespraak, een feest - en dan aan de slag. Eindelijk een nieuw begin, na tien jaar economisch wanbeleid, afbraak van milieu- en klimaatpolitiek, hetzes en rigide maatregelen om immigranten te weren en te treiteren.
De eerste vrouwelijke premier, kopten alle kranten. Hoezo, wat doet dat ertoe? Wees blij dat er nu een mogelijkheid ontstaat voor goed beleid, dat de Denen weer terugkeren naar hun vertrouwde, sociale consensusmodel, na een decennium van gespletenheid en scheiding der geesten.
En toch, die ene zuurpruim en die drie stralende vrouwen: het was ook de avond van de jonge, Deense vrouwen. Vrolijk (behalve Pia) slim, gevat en vol hoop voor de toekomst. Ze hebben een visie, ze dragen idealen uit. Denemarken is weer een land geworden waar je wel zou willen wonen.
maandag 13 juni 2011
Twee gedichten van Morten Nielsen
Verantwoording
Je zegt ik ben niet eerlijk
ik ben eerlijker dan jij
trouw aan een vertrouwen
dat langzaam aan jou slijt.
Je zegt ik was te vluchtig
dat klopt, zo moest het gaan,
mijn handen werden zwak, want
geen werk bood jij ze aan.
Je vocht hevig met een ander
vermoeid op jezelf gericht.
Mij liet je naast de weegschaal staan
- natuurlijk, ik was te licht.
En dit is jouw overwinning,
dit is jouw overmacht:
dat alles nu voorbij is. En niets
tot voltooiing gebracht.
Er brandt licht en iemand wacht -
Er brandt licht en iemand wacht.
Maar nog is mijn wachttijd niet voorbij.
Gaf ik jou nu mijn handen
- ze waren leeg.
Door de regen valt op mijn gezicht
dat licht in fijne druppels -
maar dan keren zich opnieuw
mijn zinnen naar een roepende stem.
Een stem die roept - en jammert,
jouw doorregend licht is weg.
Nog moet ik alleen blijven met een gemis
dat ik niet te boven kwam.
Er brandt licht en iemand wacht.
ik ben alleen, met een stem in de leegte.
Gemeen, als ik naar jou, die wacht, zou komen
voordat mijn wachttijd om is.
Morten Nielsen (1922 - 1944)
vertaling Inge Cohen Rohleder
Je zegt ik ben niet eerlijk
ik ben eerlijker dan jij
trouw aan een vertrouwen
dat langzaam aan jou slijt.
Je zegt ik was te vluchtig
dat klopt, zo moest het gaan,
mijn handen werden zwak, want
geen werk bood jij ze aan.
Je vocht hevig met een ander
vermoeid op jezelf gericht.
Mij liet je naast de weegschaal staan
- natuurlijk, ik was te licht.
En dit is jouw overwinning,
dit is jouw overmacht:
dat alles nu voorbij is. En niets
tot voltooiing gebracht.
Er brandt licht en iemand wacht -
Er brandt licht en iemand wacht.
Maar nog is mijn wachttijd niet voorbij.
Gaf ik jou nu mijn handen
- ze waren leeg.
Door de regen valt op mijn gezicht
dat licht in fijne druppels -
maar dan keren zich opnieuw
mijn zinnen naar een roepende stem.
Een stem die roept - en jammert,
jouw doorregend licht is weg.
Nog moet ik alleen blijven met een gemis
dat ik niet te boven kwam.
Er brandt licht en iemand wacht.
ik ben alleen, met een stem in de leegte.
Gemeen, als ik naar jou, die wacht, zou komen
voordat mijn wachttijd om is.
Morten Nielsen (1922 - 1944)
vertaling Inge Cohen Rohleder
Abonneren op:
Posts (Atom)
